Op weg naar 't station was de moed me eigenlijk al in de schoenen gezakt.
M'n nieuwe warme mutske was ik ook al vergeten en dan is het duidelijk dat er minder haar op je hoofd staat dan vroeger.
Maar aan de andere mensen op weg naar werk en wat er nog meer te doen valt, zag ik dat ze ook strakke, koude gezichten hadden.
Lang wachten hoefden we niet, want de treinen rijden gewoon af en aan.
Lekker bovenin de dubbeldekker was ik de kou weer vergeten.
Op de ruit van de coupé zaten wat matte stickers met daarop de tekst STILTE.
Ik dacht aan een of andere reclameboodschap die me ontgaan was.
Of iets van een dichter die een bundel gaat uitgeven en bij de wereld draait door geweest was zonder dat ik dat wist.
Ik wist wel meer niet.
Toch bleef die tekst me bezig houden.
Er zat iets in dat heel duidelijk was en toch ook weer volledig vaag.
We keuvelden wat met elkaar en aten een tussendoortje, want er werd aan de lijn gedacht.
Ergens klonk een accordeon. Een i-pod op kernenergie?
Even later ook een klarinet. Het geluid had iets echts, zonder tussenkomst van electronica.
Folklore? Een dweilende te vroege carnavalsgroep?
De groep Slavische muzikanten compleet met een centenbakje dook op.
De medereiziger die schuin tegenover ons zat veerde op.
Hij maakte de groep duidelijk dat het hier een stiltecoupé betrof.
Weg dichter en weg vaagheid.
De NS had mij dus verhoord, bleek.
Al vaak had ik verzucht of er naast een eerst klas niet een rustige tweede klas gemaakt kon worden.
Hoe vreedzaam zou het immers zijn om ongestoord en wazig door het raam naar de koeien te kijken.
Die wens was nu verhoord, met een kleine onderbreking.
Er ging een telefoon af en de mevrouw die er mee naar de tussenruimte ging herhaalde luidkeels : "Ja, in een stilte coupé"