School en kerk, daar speelde het sociale gebeuren zich hoofdzakelijk af. Ons hele dagelijkse leven werd erdoor bepaald, want daarbuiten was er immers nog maar weinig.
Alles was gebonden aan strenge regels en rituelen. De meeste katholieke kinderen gingen elke morgen naar de mis in de Tivolikerk om half acht. We kregen dan een kaartje als bewijs dat we er waren. Voor de gespaarde kaartjes kon je op school een heiligenprentje krijgen voor in je kerkboek of missaal. Sommigen waagden heel voorzichtig een ruilhandeltje om genoeg kaartjes bij elkaar te krijgen.
Ik weet nog dat vrouwen en meisjes altijd een hoedje of muts op moesten hebben in de kerk. Dat was in het dorp waar ik opgegroeid was geen gewoonte. Dus de eerste keer ging ik zonder. Dat heb ik geweten: ik werd - gezien door iedereen - overgeslagen bij de communie! Ik moest me schamen maar ik wist niet waarvoor. Ik had dan maar een zakdoek op mijn hoofd moeten leggen, werd mij op school verteld.
Het was ook nog de tijd dat de rector en de kapelaans huisbezoeken aflegden. Die heren hadden dan een grote belangstelling voor de kinderwagen.'Wordt het niet tijd voor een nieuw kindje?' En of het nu kon of niet, gehoorzaam deden de mensen hun plicht. En na de geboorte van weer een kindje moesten de moeders hun 'kerkgang' doen, apart in een zij-kapelletje. Gezuiverd en weer opgenomen worden in de kerk. Toen al heb ik mezelf beloofd dat ik dat nooit zou moeten doen. Zo vernederend vond ik dat.
Hoe jong ik ook was, ik heb me vaak erg gediscrimineerd gevoeld door de kerk. Jongens mochten veel meer, waren echt bevoorrecht. Wij meisjes mochten alleen maar bruidjes zijn bij grote plechtigheden en processies. Ik ben ooit uit de stoet gestuurd omdat ik sokjes aanhad, dat was teveel bloot. En op het altaar mochten meisjes nooit komen, hoe braaf we ook waren. Dat was voorbehouden aan de jongens. Gelukkig zijn de tijden veel veranderd.
Onder leiding van de zusters en juffen moesten we ook een keer per maand biechten. Dat was gewoon verplicht en je deed het dus. Een gruwel vond ik het, maar als je dan weer een maand vooruit kon, had je dat ervoor over.
Sommige dingen waren echt niet leuk, maar je was erin opgevoed en je accepteerde dat. In de oorlog zaten de kerken bomvol. Het was de enige plaats waar je een beetje troost en rust kon vinden. Dat was na de oorlog dan niet ineens over.
Van veel dingen kon ik echt wel genieten. Alle plechtigheden rond Kerstmis en Pasen bijvoorbeeld. Uren zat je in de kerk en volgde je alle gezangen en gebeden. Als het saai werd kon je altijd nog een beetje de misdienaartjes afleiden. Kregen die ook eens op hun kop. Want Pater Timmermans had de leiding en die duldde geen afleiding. Eén klap in zijn handen was 'staan' voor die jongetjes en twee klappen was 'knielen'. O wee wie zich daar niet aan hield.
Veel jongens waren in die tijd bij het Tivolikoor o.l.v. Pater Smulders. Alleen mannen en jongens, natuurlijk. Ik weet niet hoeveel dirigeerstokjes er door de kerk zijn gevlogen, want als het niet ging zoals hij wilde, dan sloeg pater Smulders zijn stokjes met enthousiasme in stukken en smeet die naar de vals-zingers.
Tot groot leedvermaak van de meiden… Maar eerlijk, naar dat koor kon je uren luisteren.
Kerk en school zorgden toen voor een grote saamhorigheid onder de mensen. We hadden daar veel contact met elkaar. Dat mis ik nu wel, veel veranderingen zijn goed, sommige ook niet