Kruidenbuurt | De school eind jaren veertig

zoek

Zoeken

sluiten

De school eind jaren veertig

De school had, net als nu, veel invloed op ons dagelijks leven.

De jongens gingen naar de Franciscus- en de St. Jansschool. De meisjes, ik dus, naar de St. Jozef- en Mariaschool aan de Heezerweg, nu de Zevensprong.

De nonnen en juffen hadden alles stevig in de hand, van eigen inbreng was nog geen sprake. Orde en discipline waren de richtlijnen. Je moest maar eens proberen om – letterlijk – niet in de rij te lopen.Ik wil zeker niet beweren dat dit slecht was. Het onderwijs was oerdegelijk, saai soms. Eindeloos tafels opzeggen, de catechismus van buiten leren, jaartallen in de geschiedenis. Maar wat je leerde bleef er wel in. Wat deze leerkrachten gepresteerd hebben in die tijd, met heel weinig middelen, verdient alle respect.

Ik kwam in de derde klas bij juffrouw Hornman. Ze was op dezelfde dag jarig als ik en nog een meisje, Jeanne Litsenburg als ik me goed herinner. Dat dwong de hele klas een diep respect af. Die verjaardag zal ons altijd wel bij blijven.

In de vierde klas hadden we juffrouw Schellekens. Een kordate en strenge onderwijzeres. Maar een vakvrouw, dat wel. Je kon haar maar beter te vriend houden.

In de vijfde klas werd het Zuster Jeanne, daar is me niet zo veel van bij gebleven. Maar in de zesde klas hadden we Zuster Henria, dat is wel een beetje een legende geworden. Zij was heel streng, maar een kei in haar vak. Omdat ze blijkbaar een beetje moeite had met haar gebit, spuugde ze soms wat met praten. Haar bijnaam werd dus algemeen bekend: Nonneke Kits. Sorry Zuster Henria, kinderen kunnen wreed zijn! Maar zij heeft ons bijvoorbeeld ezelsbruggetjes geleerd, waar ik nog steeds met mijn kleinkinderen veel plezier van heb.

Ik realiseer me nu, dat de schoolkinderen zowat de enige schakel met de buitenwereld vormden voor de nonnen. Het kloosterleven was toen ook veel strenger in sommige ordes. Vandaar natuurlijk hun enthousiasme voor het onderwijs, denk ik.

Het klassenverschil was erg groot op school in die tijd. Ik bedoel niet de leerklassen maar de sociale klassen. Kinderen van onderwijzers en middenstanders werden met duidelijke voorkeur behandeld. Als arbeiderskind kon je alleen maar enige waardering krijgen door heel goed je best te doen en onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Mijn geluk was dat ik toen al een grote passie had voor boeken en erg leergierig was. Ik kreeg dus voldoende aandacht. Nu ik dit schrijf klinkt dit erg wrang, maar in die tijd genoot ik ervan.

Tot mijn grote verdriet werd toen het schoolzwemmen ingevoerd. Te voet naar het sportfondsenbad, een uurtje zwemmen en te voet weer terug. Ik vond er niets aan, ik ben nog steeds geen enthousiaste zwemster. Maar mijn moeder had me een badpak gebreid van dikke wol, een uitgehaalde trui waarschijnlijk. Als ik het water in stapte werd dat ding loodzwaar en trok me zo naar de bodem. Met heel veel banden en elastieken bleef het zelfs niet op zijn plaats. Als badmuts had ik een oude leren motormuts. Zuster Henria merkte wel dat ik me opgelaten voelde. Zij vond als non dat zwemmen toch al niks en stelde me voor om ermee op te houden. In die tijd kon ik dan extra Franse les van haar krijgen. Frans is niet mijn favoriete taal, maar ik vond het geweldig!

Toen kwam ze met het idee om mij naar de MULO te sturen om 'door te leren'. Dat was revolutie. Een meisje uit een steuntrekkersgezin naar de MULO, schande! Ik moest maar een jaar of zo naar de huishoudschool en dan gaan werken, zo hoorde dat toen.Mijn 'Nonneke Kits' heeft toen hemel en aarde bewogen en dankzij haar bijlessen mocht ik vanuit de zesde klas regelrecht naar de tweede klas MULO. Het was niet gemakkelijk, maar ik heb het gered. Daar heb ik mijn hele verdere leven plezier van gehad.


Miep van Breemen