Speelgoed was er eind jaren veertig niet veel, maar wat we wel in overvloed hadden was: ruimte!
De gangetjes – toen nog niet afgesloten - werden druk gebruikt voor verstoppertje, landveroveren en knikkeren. Op straat – bijna geen verkeer – kon je pintollen, britsen, stelt- en bussenlopen, tikkertje, noem maar op.
Op woensdagmiddag trok de jeugd in groepen naar de hei en de vennen. Er werd 'kojboj en indiaantje' gespeeld, of riddertje met de ronde deksels van de vuilnisbakken als schild en een flinke stok als speer. De echte waaghalzen gingen zwemmen, wel keurig met de onderbroek aan. De kikkervisjes gingen er in de was wel uit!
Elk kind uit die tijd kent nog wel de 'apeboom', heerlijk klimmen en klauteren (en eruit vallen natuurlijk).Destijds was er nog de schietberg, een overblijfsel van de oorlog. Daar werden heel wat loden kogeltjes uitgegraven, net zolang tot er geen berg meer over was. Later is daar Schuttersbos gebouwd.
De route liep altijd langs de 'hobbelende geit', het stukje bos op de hoek van de Floralaan, tegenover het tankstation. Dat was spannend door de vele greppeltjes waar het in de winter druk 'scholleketrietsen' was. Natte voeten? Dat was nou net de sport! Alles kon, als je maar op tijd thuis was voor het eten!
Bij warm weer lekker in de zinken teil!Het was improviseren in die tijd en daar waren we goed in! Britsen (hinkelen) deden we met een schoenpoetsdoosje, gevuld met zand. Totdat je dat doosje helemaal in deuken getrapt had. Maar onze moeders waren ijverige schoenenpoetsers, dus dan was er wel weer een nieuw doosje. En als je geluk had, dan kreeg je wel eens een stuk marmer en dat schoof pas lekker.
Met lege blikken van de boontjes of de appelmoes deden we 'bussenlopen'. Twee gaatjes in de dichte kant, touwtje erdoor tot aan de handjes en dan lekker moeilijk lopen op die blikken.
Pintollen met een zweepje was voor de meisjes en knellen was het ruigere werk voor de jongens. Net als landveroveren, dat ging met een oud mes of een vijl zonder heft. Je moest dat mes of die vijl in de grond gooien, een rechte lijn trekken en dan was dat stukje land van jou. Er zijn veel jongens destijds letterlijk aan de grond vastgenageld in het vuur van het spel!
De meisjes hadden natuurlijk ook hun poppen. Hele dagen knutselen met lapjes en draadjes om de pop wat nieuws aan te kunnen trekken.
En dan was er het stukje hei waar nu de Don Boscokerk staat. Dat 'heike' had een niet al te frisse naam, omdat het druk gebruikt werd door de honden uit de buurt. Wie het nog weet mag het zeggen…
Ik weet nog dat er heel veel brem groeide, een prachtig gezicht in de zomer, echt knalgeel. We maakten dan vaak een kuil en lagen daar in de zon onze eerste Franse woordjes en de catechismus van buiten te leren.
Daar was ook nog een voetbalveld, Madjoe. Bij wedstrijden werden er lappen jute over het hek gehangen, want dan moest er betaald worden.
Rond het badhuis was ook altijd veel te doen. De eerste boffers die rolschaatsen kregen, konden zich uitleven op de stoep rond het badhuis. Op het lage buizenhekje rond het plantsoen konden we uren zitten kletsen en de voetballende jongens waarschuwen als er politie aankwam.
Een van mijn zoons kwam bij zijn verhuizing nog een beker tegen uit 1973. Hij had die gewonnen met de 'Ronde van de Kruidenbuurt'! Veel werd toen georganiseerd door één van de bewoners, de heer Driessen.
Wie geen fiets had voor deze ronde mocht echt wel op de step meedoen. Of hij organiseerde een rolschaatswedstrijd, de vonken vlogen eraf met de ijzeren Hudora's. Die man deed veel voor de jeugd, helemaal spontaan. En voor de beloning van een dubbeltje deed de jeugd enthousiast mee.Omdat het badhuis op een verhoging gebouwd was, kon je in de winter lekker 'slibberen'. Totdat de stoker, ik meen de heer v.d. Laar uit de Laurierstraat, de sintels uitstrooide en zo de gladheid te lijf ging.
Als ik nu zie wat kinderen allemaal hebben aan speelgoed en spullen, dan hadden wij eigelijk bedroevend weinig. Maar wat hebben we het met dat weinige toch leuk gehad.
Bij 'spelen in de Kruidenbuurt' horen zeker ook de speeltuinen. Maar dat is een verhaal apart.